Technisch beleidsplan
1. Inleiding
Voor u ligt een technisch beleidsplan van SVI voor de dames en herenlijn (waarbij dient te worden vermeld dat is uitgegaan van tenminste 1e klas). Een beknopte en overzichtelijke opsomming van de hoofdlijnen op basis waarvan SVI voor de heren en damesteams haar doelstellingen wil realiseren.
Het technisch beleidsplan is tot stand gekomen door inbreng van de technische commissie (hierna te noemen: TC) van SVI. De eindverantwoordelijkheid, (het uitvoeren, evalueren en zonodig bijstellen) ligt in handen van de TC.
2. Algemeen beleid en uitgangspunten
2.1. Algemeen beleidsplan
De technische commissie heeft een algemeen beleidsplan opgesteld. Dat algemene beleidsplan is de basis voor dit technisch beleidsplan en geeft in algemene termen de richting aan waarin onze volleybalclub zich wil gaan bewegen.
Enkele belangrijke uitgangspunten cq doelstellingen uit dat algemene beleidsplan zijn:
* onder de dames en herenlijn vallen de teams: D1,2 en H1 (1e klasse tenminste)
* een soepele doorstroming van talentvolle spelers staat voorop;
* sportieve meerjarendoelstellingen voor D1 zijn geformuleerd (in termen van competitieresultaten en speelniveau, deelname aan de promotieklasse, doorgroei naar 3e divisie over enkele jaren?);
* D2 moet een specifiek team voor talentontwikkeling gaan worden (opleiding naar D1);
* in samenwerking met de trainers wordt een technisch beleidsplan opgesteld;
* het realiseren van voldoende trainingsuren (een accenttraining voor talentvolle spelers?);
* kwaliteitseisen aan trainers (vanaf divisieniveau in principe B-diploma of vergelijkend denk- en werkniveau), het huidig niveau volstaat met een A- diploma, of vergelijkend denk-en werkniveau;
* de overige teams uitkomend in de rayonklassen zullen wat betreft spelsystemen uit de weergegeven voorbeelden kunnen putten, hier echter staat sociaal en vreugde in het spel voorop.
* de TC dient ook aandacht te besteden om “verscholen” talent een kans te geven;
* een indeling van deze teams moet ook binnen de geledingen worden besproken;
* voorkomen dient te worden dat door een willekeurige samenstelling mensen gaan bedanken.
2.2. Overleg TC en trainers
Tussen TC en trainers/coaches vindt periodiek overleg plaats waarbij voldoende mogelijkheden worden gecreëerd voor een optimale inbreng voor trainers.
(in ieder geval 2x per seizoen)
2.3. Afstemming spelsystemen
Om een optimale doorstroming van talentvolle spelers te bereiken, worden spelsystemen zoveel mogelijk op elkaar afgestemd.(2e jaars A-jeugd dient aan te vangen met systemen, 5-1 en indien mogelijk 1 aanval- combinatie).
2.4. Bijdrage spelers aan de vereniging
Spelers leveren in principe allen een substantiële bijdrage aan de werkzaamheden van de vereniging.
Te denken valt aan zaaldiensten en fluiten t.b.v. oudere jeugd. Jeugdspelers/speelsters (de A teamleden) fluiten de jongere teams.
3. Overleg trainers en technische commissie
Daar waar nodig worden trainers van jeugdselectieteams voor dat overleg uitgenodigd. De te behandelen onderwerpen zijn in ieder geval de volgende.
Indeling teams
Uiterlijk in februari start op initiatief van de TC het eerste overleg over de samenstelling van teams voor het daaropvolgend seizoen. De definitieve samenstelling is uiterlijk 1 juni afgerond. De trainers adviseren de TC daarover. Voorzover de TC afwijkt van de adviezen van trainers, geven zij dat aan betrokkenen gemotiveerd aan.
Doelstellingen
Uiterlijk eind mei zijn voorlopige doelstellingen per team geformuleerd (handhaving, kampioenschap e.d.).
Uiterlijk bij aanvang van het nieuwe seizoen (medio september), zijn de definitieve doelstellingen per team geformuleerd.
Talentontwikkeling
Met talentontwikkeling moet binnen SVI een aanvang worden gemaakt.
Het competitieresultaat speelt een ondergeschikte rol ten opzichte van de individuele ontwikkeling van talentvolle spelers. In dat team D2, worden daarom structureel jaarlijks tenminste twee plaatsen vrij gehouden voor nieuw talent. Daarbij hebben door SVI zelf opgeleide jeugdspelers een voorkeurspositie ten opzichte van anderen bij gelijkwaardig ingeschat (toekomstig) niveau.
Bij D1 wordt jaarlijks tenminste één posities vrij gehouden voor doorstroming van een talentvolle jonge speler. Daarbij hebben door SVI zelf opgeleide spelers een voorkeurspositie ten opzichte van anderen bij gelijkwaardig ingeschat (toekomstig) niveau.
Aanpassingen spelsystemen
Jaarlijks worden de in dit technisch beleidsplan neergelegde afspraken over spelsystemen besproken. Op initiatief van de TC worden de betrokken trainers/coaches hier nadrukkelijk bij betrokken. De gemaakte (afwijkende) afspraken dienen te worden gemeld aan de TC, er moet voldoende “vrijheid” blijven bestaan (is immers afhankelijk van vaardigheden).
Doorstroom jeugdspelers
Naast hetgeen hiervoor reeds is opgenomen over talentontwikkeling is het van essentieel belang om tot een goede afstemming met de jeugdafdeling te komen. Dat houdt in dat de spelsystemen van Meisjes A1 (eventueel jongens A1) voorzover mogelijk goed worden afgestemd met dit beleidsplan. Zonodig worden trainers van jeugdteams in het overleg tussen TC en trainers van D1 ,D2 en H1 betrokken. Bovendien start op initiatief van de TC uiterlijk in februari een overleg met de jeugdafdeling over doorstroom van jeugdspelers naar de senioren voor het daaropvolgend seizoen. Ook worden afspraken gemaakt over het meetrainen van jeugdspelers in dames en herenteams gedurende het seizoen. Dit moet niet leiden tot onrust binnen het team, moet weloverwogen besluit zijn.
4. Spelsystemen
Het afstemmen van de samenstelling van een spelersgroep en spelsystemen heeft als doel om een zo soepel mogelijke doorstroming van talentvolle spelers te waarborgen. Voorzover trainers hiervan af willen wijken (op basis van het spelersmateriaal of eigen inzicht), melden zij aan de TC de redenen van die afwijkende samenstelling en/of spelsystemen. De TC blijft echter eindverantwoordelijk voor het technisch beleid in deze. Die afspraken komen daarom nadrukkelijk aan de orde bij het aannemen/benoemen van nieuwe trainers/coaches.
4.1. Samenstelling spelersgroep
De samenstelling van de spelersgroep van D1, D2 en H1 ziet er per team in principe als volgt uit:
- twee spelverdelers:
- drie middenaanvallers;
- drie passer/lopers;
- twee diagonaalaanvallers;
- een libero (optioneel)
4.2. Stopopstellingen
De teams spelen een drie-stop-systeem. Daarbij worden afspraken gemaakt over de veldverdeling (verdeling van 3 meter vlakken over het veld), met verantwoordelijkheid naar voor en naast de speler/ster) linkerhandregel.
Voorzover een libero beschikbaar is, wordt een drie-stop-systeem gehanteerd met aangepaste afspraken. V.b. verdedigen op de diagonaal-aanval!
4.3. Aanvalssysteem
De teams spelen een 1-5 aanvalssysteem. De positie waarvan de spelverdeler bij opslag tegenpartij start, kan variëren. Bij eigen opslag speelt de spelverdeler vanaf positie één
(geen moeten, maar kunnen aanpassen).
4.4. Verdedigingssysteem
4.4.1. Netverdediging
Voor wat betreft de positionering van het blok is uitgangspunt dat de opponent van de aanvaller bij de tegenpartij de plaats en blokmoment bepaalt. Bij een tweeblok zal (meestal) de rol van de middenblokkeerder een dienstverlenende zijn. Uitgangspunt is een zoneblok, afhankelijk van de (on)mogelijkheden van eigen spelers en de tegenpartij kan worden omgeschakeld naar een “commit”- blok. Voor een goede samenwerking met de veldverdediging worden afspraken gemaakt over het aangeven welke blokkering wordt uitgevoerd.
Spelers beheersen in ieder geval twee verschillende setverdedigingssystemen.
4.4.2. Veldverdediging
Bij een normale zoneverdediging is bij een tweeblok de directe achterspeler verantwoordelijk voor het verdedigen van de aanvallen rechtdoor en van de zachte aanval achter het blok. De midachter heeft een vrije rol. De niet blokkerende voorspeler verdedigt binnen de 3-mtr zone en is ook verantwoordelijk voor de zachte aanval ruim aan de binnenzijde van het blok, de resterende achterspeler verdedigt de harde aanval diagonaal
5. Basiseisen jeugdspelers
Voor doorstroming van talentvolle jeugdspelers naar de senioren is vereist dat die spelers aan een aantal basiseisen voldoet:
* talentvol zijn in één van de teamrollen (specialisatie);
* het beheersen van (tenminste) twee opslagen (floater en sprongservice);
* beschikken over de ambitie om op een hoger niveau te volleyballen (tenminste promotieklasse als tussendoel);
* gericht zijn op samenwerken;
* open staan voor aanwijzingen van een trainer ter verbetering van zijn volleybalvaardigheden (‘coachable’);
* doorzettingsvermogen.
6. Basiseisen talentvolle speelsters in doorstroomteam
Speelsters die in D2 zijn opgenomen, voldoen uiterlijk aan het einde van het seizoen aan de volgende basiseisen:
* talentvol zijn in één van de teamrollen (specialisatie);
* het beheersen van (tenminste) twee opslagen (floater en sprongservice);
* beschikken over de ambitie om op een hoger niveau te volleyballen (tenminste promotieklasse, uiteindelijk 3e divisie);
* gericht zijn op samenwerken;
* open staan voor aanwijzingen van een trainer ter verbetering van zijn volleybalvaardigheden (‘coachable’);
* doorzettingsvermogen;
* beheersen van tenminste twee verschillende net- en veldverdedigingssystemen;
* beheersen van aanvalscombinaties tussen pos. 2 en 3 en tussen pos. 3 en 4;
* in staat zijn en de wil hebben om tenminste 2x keer per week te trainen.